Open VLD staat op een cruciaal kruispunt in haar geschiedenis. De partij heeft deze week met de federale begroting en de volgende drie weken met de voorzittersverkiezingen een unieke kans om haar geloofwaardigheid te herstellen. Veel marge om te mislukken is er niet, veel tijd hebben we niet. Maar je bent geen liberaal als je niet gelooft dat je ook een moeilijke opdracht kan doen slagen.

Sinds 2003 heeft Open VLD enkel nog verkiezingsnederlagen geïncasseerd. In amper tien jaar tijd en met bestuursverantwoordelijkheid in de Vlaamse en federale regering zijn we erin geslaagd om meer dan een half miljoen Vlamingen te ontgoochelen. Die kiezers schuilen nu bij andere partijen, vooral de N-VA, maar we kunnen ze terugwinnen. Niet door te praten, maar door te handelen. Die kiezers terugwinnen is het belangrijkste wat een nieuwe voorzitter moet doen, zei politoloog Nicolas Bouteca gisteren in deze krant.

Vijf voogden

Op de voorzittersverkiezingen van begin december moeten we aantonen dat onze interne democratie alive-and-kicking is, niet dat we ze met kunstgrepen hebben uitgeschakeld. Twee jaar geleden heeft net dit open proces ervoor gezorgd dat er twee nieuwe, jonge politieke toptalenten hun plaats aan het liberale firmament hebben veroverd. Alexander De Croo en Gwendolyn Rutten zijn aanwinsten voor de partij die zonder ‘open’ voorzittersverkiezingen niet zouden zijn doorgebroken. Het verwonderde me dan ook dat een frisse en vrijgevochten vrouw als Gwendolyn zich met vijf voogden laat omringen nog voor de leden hebben kunnen kiezen wie de nieuwe partijleider wordt. Het versterkt enkel het beeld dat elke clan zich verzekerd heeft van zijn eigen pion binnen een nieuw bestuur, los van wat de leden beslissen. Een beeld dat we als meritocratische partij kunnen missen. Als partij die predikt dat niet je afkomst, maar enkel je toekomst telt, past het ook niet dat er druk wordt uitgeoefend op jonge talenten. De eerste voorwaarde voor een heropstanding is dus een open en eerlijke voorzittersverkiezing. Enkel zo kan een nieuwe voorzitter onze geloofwaardigheid herstellen want het is erop of eronder voor de partij.

De tweede voorwaarde is dat die verkiezingen gaan over de koers van de partij. Er zijn weinig momenten die bepalender zijn voor die koers dan de keuzes die we nu vastleggen in de federale begroting en het competitiviteitsdebat. Niemand wil in een VVD-horrorscenario terechtkomen waar we keuzes maken die twee weken later door onze achterban, via de voorzittersverkiezingen, worden afgeschoten. Nicolas Bouteca vroeg zich af of deelname aan de federale regering het überhaupt wel mogelijk maakt ons te herpositioneren. Het antwoord is natuurlijk wel, op voorwaarde dat we met liberale realisaties uitpakken.

Ter herinnering, in onze federale verkiezingscampagne hebben we drie beloftes gemaakt: geen nieuwe belastingen op werken, sparen en investeren. Sindsdien hebben we lijdzaam toegekeken hoe we bedrijfswagens meer hebben belast, de roerende voorheffing hebben opgetrokken en de notionele intrestaftrek minder voordelig hebben gemaakt. Kort samengevat, nieuwe belastingen op werken, sparen en investeren. Net het omgekeerde van wat we beloofd hadden en niet echt stichtend voor onze geloofwaardigheid. Toegegeven de begrotingsinspanning was enorm, maar we beginnen dus met een serieuze achterstand bij onze kiezers. En dan zwijgen we nog over de fiscale monsterboetes van 309 procent die deze regering in het leven heeft geroepen. Het fiscaal vat is echt af.

Angstsparen

De begroting die we deze week goedkeuren mag geen 3Suisses-catalogus zijn van maatregelen zijn die morrelen in de marge. De piste van een btw-verhoging zou alleen het beeld van een Franstalige belastingsregering versterken, niet wat we nodig hebben.

Het moet over echte en structurele ingrepen gaan die de lasten op ondernemen verkleinen. Dan kom je al snel uit bij het automatisch indexmechanisme. Een structurele maatregel die de concurrentiekracht van onze bedrijven helpt en sociaal is, is het tijdelijk bevriezen van het indexmechanisme door een indexsprong. Want dat zorgt ervoor dat bedrijven terug meer jobs willen en kunnen creëren. Als burgers en bedrijven vertrouwen hebben in het feit dat er eindelijk structureel iets wordt gedaan aan onze economie, dan vermindert het angstsparen, zegt een studie die Joep Konings onlangs in deze krant toelichtte, en dan zal het koopgedrag van consumenten niet merkbaar dalen. Het resultaat is de creatie van enkele tienduizenden jobs.

Uiteraard moet er ruimte zijn om zo’n indexsprong sociaal te corrigeren voor de laagste lonen en uitkeringen, ook dat is liberaal. Maar een indexpsrong is een sociale maatregel bij uitstek want een job die je behoudt is beter dan een werkloosheidsuitkering die met 2 procent stijgt. De kandidaat-voorzitters voor Open VLD moeten dus kleur bekennen en een indexsprong zonder btw-verhoging als minimumvoorwaarde hanteren voor het goedkeuren van de begroting. Ze staan daar niet alleen in. Alexander De Croo heeft gezegd dat de regering moet helpen om onze economie competitiever te maken en onze fractieleider in de Kamer, Patrick Dewael, heeft aangenaam verrast door zijn straffe stelling dat hij zich geen begroting ‘zonder een substantiële lastenverlaging kan voorstellen.’ Want wat hebben nieuwe inhoudelijke congressen voor zin als we belofte van onze partij niet waarmaken? Niet de PS maar het IMF, de OESO en de Europese Commissie moeten onze leidraad zijn voor meer groei.

auteur: Lorin Parys

Wie? Voorzitter van Open VLD Leuven. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Wat? Het is erop of eronder voor Open VLD om haar zwaar beschadigde geloofwaardigheid te herstellen.

Waarom? Met de open voorzittersverkiezingen en krachtige keuzes in het begrotingsdebat kunnen de ontgoochelde kiezers worden teruggewonnen.